Minicursus Stroom

Hier vind je 5 werkbladen rond stroom en elektriciteit.
Volgende zaken komen aan bod: stroomkring, symbolen, schakelaar maken, serie en parallel

Knipvel met symboolkaartjes

5 werkbladen

www.techniekinjeklas.nl

 

Speel “De Mol” in je klas – update

Daan Baeyens, turn- en klasleerkracht uit Welle, ontwerpt op dit moment het spel “De Mol” om in je klas te kunnen spelen.
Enkele materialen heeft Daan al uitgewerkt en elke week komen er nieuwe materialen, vorderingen,… bij.
In deze post kan je heel overzichtelijk alle materialen terugvinden.

Voorbereiding:
Vragenlijst De Mol
Molboekje bis

Aflevering 1:

Tip: Bij de getallen van de kleurencodes kan je al meteen een link naar de mol verstoppen. (geboortedatum,…)

De Mol aflevering 1
De mol aflevering 1 opdracht kleurencodes
De mol aflevering 1 oplossingen raadsels
De mol aflevering 1 Testronde

De Mol Executie

 

Aflevering 2:

De Mol Aflevering 2
De Mol aflevering 2 Opdracht horoscopen

 

Aflevering 3:

Duiding vraag 7: Bij opdracht 2 (voorwerpenpuzzel) vertrekken de duo’s vanaf 2 plaatsen. Je duidt de plaatsen aan met 2 gekleurde kegels. Daar gaat de vraag over.

De Mol Aflevering 3
Testronde Aflevering 3 

 

Aflevering 4:

De Mol Aflevering 4

Vrijstellingen

Testronde Aflevering 4

 

Aflevering 5:

Bijlage Aflevering 5

De Mol Aflevering 5

Testronde Aflevering 5

 

Aflevering 6: FINALE

Testronde Aflevering 6 Finale

De Mol Finale

 

 

Software om een Mol-vragenlijst te maken (wordt wel op computer ingevuld)

Zelf boomwackers maken

Wellicht ben je wel bekend met boomwackers.
Mocht je dat nog niet zijn, wil ik je gerust overtuigen met dit filmpje:

Nu kost een setje boomwackers al snel €28. Je kan deze met onderstaande PDF zelf maken of Do It Yourselfen! Op het internet vind je trouwens ook heel wat liedjes terug die je hiermee kan spelen!
Veel plezier!

Zelf Boomwackers maken

DIY boomwackersboomwhackers diatonic-set-adjust2

Reflectie

reflectie

De Leerkuil

Safebook

Safe op Facebook.
Ook al mag je pas vanaf je 13de een Facebookaccount, toch zijn er heel wat kinderen die als 11-jarige (of jonger) een Facebookaccount hebben. Het enige wat je dan kan proberen is kinderen er zich bewust van te maken wat je beter wel of niet doet.
Meester Tim maakte er een mooie poster van.

Apps-Enquête voor leerkrachten basisonderwijs

Invullen kan nog tot 11 maart 2016!
Via deze link kan je meewerken aan de enquête

Het GO! en het departement Educatiewetenschappen van de VUB slaan de handen in elkaar om een didactische ‘app’ te ontwikkelen voor leerkrachten basisonderwijs. Help jij mee aan de ontwikkeling van je toekomstige handige harry?

​GO! is een partner in het t-MAIL project [teacher Mobile Application for Innovative Learning], dat gecoördineerd wordt door het departement Educatiewetenschappen van de VUB. Met t-MAIL willen het GO! en de VUB een app ontwikkelen om via mobiele toestellen, zoals smartphones en tablets, leerkrachten in het basisonderwijs te ondersteunen bij het invoeren van zelfgestuurd leren in hun lespraktijk.

Eerste stap hierin is zicht krijgen op de behoeften, bekommernissen en verwachtingen van leerkrachten basisonderwijs rond het gebruik van apps die hen kunnen ondersteunen in hun professionele ontwikkeling.

Daartoe hebben de ontwikkelaars een enquête opgesteld die gericht is aan leerkrachten basisonderwijs in heel Europa. De vragen beantwoorden duurt ongeveer 10 minuten. De enquête wordt afgesloten op 11 maart. De vragen zijn in het Engels. Antwoorden kan je, waar nodig, gerust in het Nederlands.

Jouw input is van cruciaal belang is voor het slagen van het project. Hoe meer respons hoe gerichter de ontwikkelaars de app kunnen uitwerken.

Via deze link kan je meewerken aan de enquête.

Woordsoorten-is-het

Een “Wie-is-het” spel, maar dan rond woordsoorten. 2x afdrukken, lamineren en klaar!
Goed voor 3de graad!

Woordsoorten-is-het

Fietsdictee

Het fietsdictee is ideaal om actief aan de slag te gaan rond woordpakketwoorden, maar zelfs technisch lezen. Eén van de leerlingen stapt op zijn fiets en fietst van de ene kegel naar de volgende twee zoals op de tekening hieronder aangegeven.

De leerling die bij de eerste kegel blijft staan toont een pakketwoord, de fietsende leerling kijkt achterom, leest het woord. Hij rijdt terug naar de eerste kegel en spelt het woord dat hij/zij zonet gezien heeft.
Als het woord fout is, rijdt de leerling opnieuw het traject en krijgt hetzelfde woord te zien tot het juist is. Na een tijdje wisselen beide partijen.
Indien gewenst kan er ook een wedstrijdprincipe aan gekoppeld worden.

fietsdictee

Running dictation

Hoe ga je te werk bij ‘running dictation’?

Je verdeelt de klas in duo’s, waarbij je er op let dat er telkens 2 cursisten van min of meer hetzelfde niveau samenwerken.
Elk duo heeft een ‘runner‘ (de dicterende partner) en een ‘writer‘ (de schrijvende partner). Alle writers gaan aan een tafel achteraan in de klas zitten. De runners gaan naar het bord (of waar hun dictee hangt of ligt) en lezen een woord of zin van hun dictee in stilte.
Vervolgens gaan ze naar de writers achteraan in de klas en dicteren ze het woord of de zin aan hun partner. Ze mogen in geen geval zelf het woord of de zin neerschrijven. Het is de bedoeling dat ze het dicteren aan de writer die het dan correct moet schrijven. Indien er een fout geschreven wordt, moet de runner aangeven welke letter er fout is en door welke letter de writer deze moet vervangen. De runner blijft heen en weer lopen tot het volledige dictee correct genoteerd is.

Vooraf heb jij voor elk duo een blad met de te dicteren woorden of zinnen klaargemaakt. Deze woorden of zinnen zijn als het ware op maat van het duo gemaakt. De zwakste leerlingen kunnen dus een dictee krijgen met enkel (een beperkt aantal) kernwoorden, de sterkste cursisten kunnen een dictee krijgen met zinnen waarin deze kernwoorden voorkomen. Alles dus op maat (niveau, schrijftempo, …) van de cursist.
Wanneer het dictee klaar is, gaan beide partners naar het bord en controleren ze of hun dictee juist is. De verantwoordelijkheid bij deze oefening ligt volledig bij de runner. Hij/zij moet ervoor zorgen dat de woorden correct geschreven zijn en indien nodig aanwijzingen geven om ze juist te schrijven (aanwijzingen, niet zelf schrijven !).

Bij een volgende running dictation veranderen de partners ook eens van rol. Een leerling die quasi onverstaanbaar is, zal echter nooit de rol van runner op zich nemen.

Voordelen van running dictation:
De leerlingen zijn allemaal zeer actief bezig, ze kunnen ook niet anders. De runner moet het woord lezen (letter-klankkoppeling maken), onthouden, dicteren en controleren. De writers moeten luisteren en schrijven (klank-letterkoppeling maken).
Je werkt werkelijk op maat van de leerling. Iedereen is bezig op zijn/haar niveau. Bij een klassiek dictee zijn er altijd leerlingen voor wie het eigenlijk een beetje te gemakkelijk is en andere leerlingen voor wie het dan weer veel te moeilijk is. Dit is in principe niet mogelijk bij running dictation, tenzij je aan alle duo’s hetzelfde dictee geeft.

Nadelen van deze werkvorm:
Ook al moet je zelf niet dicteren, het is een zeer vermoeiende werkvorm. Sommige runners kunnen het niet laten om toch de pen van de writer te nemen en zelf het woord snel opschrijven. Dat mag dus niet!
Doordat de leerlingen naast elkaar zitten kunnen ze sneller bij elkaar spieken.

http://www.nt2enalfa.com/