Coöperatief leren: Getallen

Op zoek naar enkele coöperatieve werkvormen rond getallenkennis te werken?

Ordenen

Telrij 2

Uitspreken

Telrij

Buurgetallen

Structuur

Honderdtallen

Positiewaarde

Honderdtal

Positiewaarde 2

Wat als… getallen niet bestonden?

Je kiest één van de onderstaande ideeën (of verzint zelf iets):

– wat als alles rood zou zijn

– wat als bij ieder mens het linker been 10 cm korter was dan het rechter

– wat als we geen namen zouden afspreken voor dingen

 

Laat kinderen in groepjes bespreken wat er zou kunnen gebeuren als dit zo is, en laat ze er gerust bij tekenen. Aan het einde van de gestelde tijd (bijv. 5 of 10 minuten) kan je de groepjes kort terug laten koppelen.
Kinderen kunnen hier heel bedreven in raken als je dit vaker doet en je kunt dan ook in je klas invoeren dat elke keer een ander de ‘wat als’ mag verzinnen, waar de hele klas dan verder over na gaat denken.

Bron: www.nuvoli.nl

Voer de pietendiscussie eens… in je klas!

Afgelopen weekend kwam de Sint aan en werd er (wééral) duchtig gediscussieerd over het feit of bij ‘zwarte piet’ sprake is van racisme. De leerlingen van het 5de en 6de leerjaar worden ook geconfronteerd met deze uitspraken op televisie. Waarom niet eens dé discussie in de klas voeren?

achtergrondinfo pietenpact

Verdeel de klasgroep in twee groepen. Een “pro” en een “contra” groep.
Laat de leerlingen zich per groep nog eens opdelen in groepjes van maximaal 4 personen. De leerlingen gaan per groepje allereerst zelf enkele standpunten bedenken waarom ze ‘voor’ of ‘tegen’ het pietenpact kunnen zijn.

Daarnaast kunnen de leerlingen ook zeker op het internet op zoek gaan naar extra opinies, meningen.
Héél belangrijk is dat je als leerkracht de “pro” groep ook even laat nadenken over verschillende redenen waarom mensen “tegen” kunnen zijn èn omgekeerd!

Daarna kan de discussie gevoerd worden (in 2 of meerdere rondes) waarbij de leerlingen oog en oor hebben naar hun klasgenoten (hoe reageerde die persoon,…), dit kan door een observatiewijzer op te stellen voor de “non-actieve” leerlingen tijdens de discussie, zodat ze de sprekende leerlingen kunnen observeren.

Eindigen doen we door een eigen mening te vormen over het pietenpact en deze goed te laten verwoorden.

LET OP: Neem geen “moraliserende” rol op en laat leerlingen ècht ventileren. Ieders mening moet gerespecteerd worden. Maak ook duidelijk dat de discussie “virtueel” is en dat de eigen mening van het grootste belang is.

pietenpact

Zelfregulatie met de leerdoelenladder

Zelfregulatie is een veelomvattend begrip wat niet altijd makkelijk is om in lagere scholen vorm te geven. Een mogelijk manier is de manier hieronder waarbij je leren zichtbaar maakt op de leerdoelenladder.

zelfregulatie taal zelfregulatie ladder rekenen

bron: Pinterest – Mariette Kuipers

Minicursus Stroom

Hier vind je 5 werkbladen rond stroom en elektriciteit.
Volgende zaken komen aan bod: stroomkring, symbolen, schakelaar maken, serie en parallel

Knipvel met symboolkaartjes

5 werkbladen

www.techniekinjeklas.nl

 

Speel “De Mol” in je klas – update

Daan Baeyens, turn- en klasleerkracht uit Welle, ontwerpt op dit moment het spel “De Mol” om in je klas te kunnen spelen.
Enkele materialen heeft Daan al uitgewerkt en elke week komen er nieuwe materialen, vorderingen,… bij.
In deze post kan je heel overzichtelijk alle materialen terugvinden.

Voorbereiding:
Vragenlijst De Mol
Molboekje bis

Aflevering 1:

Tip: Bij de getallen van de kleurencodes kan je al meteen een link naar de mol verstoppen. (geboortedatum,…)

De Mol aflevering 1
De mol aflevering 1 opdracht kleurencodes
De mol aflevering 1 oplossingen raadsels
De mol aflevering 1 Testronde

De Mol Executie

 

Aflevering 2:

De Mol Aflevering 2
De Mol aflevering 2 Opdracht horoscopen

 

Aflevering 3:

Duiding vraag 7: Bij opdracht 2 (voorwerpenpuzzel) vertrekken de duo’s vanaf 2 plaatsen. Je duidt de plaatsen aan met 2 gekleurde kegels. Daar gaat de vraag over.

De Mol Aflevering 3
Testronde Aflevering 3 

 

Aflevering 4:

De Mol Aflevering 4

Vrijstellingen

Testronde Aflevering 4

 

Aflevering 5:

Bijlage Aflevering 5

De Mol Aflevering 5

Testronde Aflevering 5

 

Aflevering 6: FINALE

Testronde Aflevering 6 Finale

De Mol Finale

 

 

Software om een Mol-vragenlijst te maken (wordt wel op computer ingevuld)

Woordsoorten-is-het

Een “Wie-is-het” spel, maar dan rond woordsoorten. 2x afdrukken, lamineren en klaar!
Goed voor 3de graad!

Woordsoorten-is-het

Fietsdictee

Het fietsdictee is ideaal om actief aan de slag te gaan rond woordpakketwoorden, maar zelfs technisch lezen. Eén van de leerlingen stapt op zijn fiets en fietst van de ene kegel naar de volgende twee zoals op de tekening hieronder aangegeven.

De leerling die bij de eerste kegel blijft staan toont een pakketwoord, de fietsende leerling kijkt achterom, leest het woord. Hij rijdt terug naar de eerste kegel en spelt het woord dat hij/zij zonet gezien heeft.
Als het woord fout is, rijdt de leerling opnieuw het traject en krijgt hetzelfde woord te zien tot het juist is. Na een tijdje wisselen beide partijen.
Indien gewenst kan er ook een wedstrijdprincipe aan gekoppeld worden.

fietsdictee

Running dictation

Hoe ga je te werk bij ‘running dictation’?

Je verdeelt de klas in duo’s, waarbij je er op let dat er telkens 2 cursisten van min of meer hetzelfde niveau samenwerken.
Elk duo heeft een ‘runner‘ (de dicterende partner) en een ‘writer‘ (de schrijvende partner). Alle writers gaan aan een tafel achteraan in de klas zitten. De runners gaan naar het bord (of waar hun dictee hangt of ligt) en lezen een woord of zin van hun dictee in stilte.
Vervolgens gaan ze naar de writers achteraan in de klas en dicteren ze het woord of de zin aan hun partner. Ze mogen in geen geval zelf het woord of de zin neerschrijven. Het is de bedoeling dat ze het dicteren aan de writer die het dan correct moet schrijven. Indien er een fout geschreven wordt, moet de runner aangeven welke letter er fout is en door welke letter de writer deze moet vervangen. De runner blijft heen en weer lopen tot het volledige dictee correct genoteerd is.

Vooraf heb jij voor elk duo een blad met de te dicteren woorden of zinnen klaargemaakt. Deze woorden of zinnen zijn als het ware op maat van het duo gemaakt. De zwakste leerlingen kunnen dus een dictee krijgen met enkel (een beperkt aantal) kernwoorden, de sterkste cursisten kunnen een dictee krijgen met zinnen waarin deze kernwoorden voorkomen. Alles dus op maat (niveau, schrijftempo, …) van de cursist.
Wanneer het dictee klaar is, gaan beide partners naar het bord en controleren ze of hun dictee juist is. De verantwoordelijkheid bij deze oefening ligt volledig bij de runner. Hij/zij moet ervoor zorgen dat de woorden correct geschreven zijn en indien nodig aanwijzingen geven om ze juist te schrijven (aanwijzingen, niet zelf schrijven !).

Bij een volgende running dictation veranderen de partners ook eens van rol. Een leerling die quasi onverstaanbaar is, zal echter nooit de rol van runner op zich nemen.

Voordelen van running dictation:
De leerlingen zijn allemaal zeer actief bezig, ze kunnen ook niet anders. De runner moet het woord lezen (letter-klankkoppeling maken), onthouden, dicteren en controleren. De writers moeten luisteren en schrijven (klank-letterkoppeling maken).
Je werkt werkelijk op maat van de leerling. Iedereen is bezig op zijn/haar niveau. Bij een klassiek dictee zijn er altijd leerlingen voor wie het eigenlijk een beetje te gemakkelijk is en andere leerlingen voor wie het dan weer veel te moeilijk is. Dit is in principe niet mogelijk bij running dictation, tenzij je aan alle duo’s hetzelfde dictee geeft.

Nadelen van deze werkvorm:
Ook al moet je zelf niet dicteren, het is een zeer vermoeiende werkvorm. Sommige runners kunnen het niet laten om toch de pen van de writer te nemen en zelf het woord snel opschrijven. Dat mag dus niet!
Doordat de leerlingen naast elkaar zitten kunnen ze sneller bij elkaar spieken.

http://www.nt2enalfa.com/